Foto Hollandse Hoogte

Dit artikel is een onderdeel van het Jaarbeeld 2017 van Toezicht Sociaal Domein (TSD). De inspecties van TSD houden toezicht op de kwaliteit van zorg en ondersteuning in het sociaal domein. De vraag die hierbij centraal staat is: krijgen kwetsbare burgers (vroeg)tijdig de benodigde zorg en ondersteuning en is deze voldoende passend en waar nodig in samenhang aangeboden?

Gebruikte bronnen

Alle genoemde producten en bronnen zijn de basis voor dit artikel.

In het artikel ‘Wat vindt de burger belangrijk?’ is te lezen dat burgers het belangrijk vinden dat zij serieus worden genomen door hulpverleners. Daarnaast geven zij aan graag een ‘baken’ te hebben; iemand die zij vertrouwen, die duidelijk is en makkelijk te bereiken is. Tot slot vinden ze het belangrijk niet steeds opnieuw hun verhaal te vertellen, zij hechten waarde aan een goede overdracht.

In dit artikel worden u oplossingsrichtingen aangereikt bij de knelpunten die de inspecties in de uitvoering tegen zijn gekomen. De voorbeelden bij de oplossingsrichtingen dienen ter inspiratie om de gewenste transformatie dichterbij te brengen, en zo de burger passende en samenhangende hulp te bieden.

Schat in wat iemand zelf kan

Het is belangrijk dat profesionnals goed luisteren, meedenken en aansluiten bij de behoeften van burgers. Door hen invloed te geven op het verloop van de zorg en ondersteuning voelen zij zich serieus genomen. Het is daarbij belangrijk dat goed wordt ingeschat wat iemand zelf kan. Daar zit een grens aan. Dit is beschreven in het WRR rapport 'Weten is nog geen doen'. Wat iemand zelf kan doen is een inschatting die de betrokken professional, samen met de cliënt en de sociale omgeving, moet maken. Bij het maken van de inschatting helpt het om ingrijpende gebeurtenissen mee te nemen, omdat deze de mate van redzaamheid kunnen beïnvloeden. Belangrijk is dat deze inschatting wordt gemaakt op basis van objectieve methoden. Dit voorkomt dat op gevoel wordt ingeschat wat iemand zelf kan. Ook is het belangrijk om te evalueren en reflecteren. Hiermee kan de (veranderende) ondersteuningsbehoefte worden ingeschat en de zorg en ondersteuning zo nodig aangepast.

Voorbeeld: een methode om zelfredzaamheid te meten van jeugdigen en ouders is de Zelfredzaamheidschaal.

Maak het makkelijk

Maak het zo gemakkelijk mogelijk voor burgers om zorg en ondersteuning te ontvangen waar zij behoefte aan hebben en die passend is. Niemand heeft behoefte aan ingewikkelde procedures. Gemeenten kunnen hierin veel betekenen; bijvoorbeeld door budgetten flexibeler te maken. Dit kan door het aanbieden van één integraal budget wanneer iemand hulp nodig heeft vanuit verschillende wetten, of door een gezin met meerdere hulpvragers één budget te geven. Dit vergemakkelijkt het krijgen van de benodigde zorg en ondersteuning waar burgers behoefte aan hebben.

Voorbeeld: Integraal Pgb (Pilots Delft & Woerden): burgers die een beroep willen doen op verschillende Pgb’s kunnen dat doen vanuit één budget waardoor één persoonlijk begeleider kan volstaan. De burger kiest de hulp zelf uit en heeft toegang tot hulp door het ondersteuningsplan.

Voorbeeld: Eén zorgbudget voor het hele gezin (Meppel): Indien er in één gezin meerdere zorgvragers zijn, wordt er één gezinsbudget toegekend in plaats van meerdere aparte regelingen. De coördinerend ambtenaar van de gemeente ontvangt alle zorggerelateerde post van het gezin en onderhoudt de contacten met partijen als het zorgkantoor, CIZ en de SVB. Daarmee ontlast hij/zij het gezin.

Eén aanspreekpunt

Het ontzorgen van burgers kan ook door als gemeente te organiseren dat één persoon als aanspreekpunt fungeert. Het is belangrijk dat alle betrokken organisaties en hulpverleners onderling met elkaar zijn verbonden, maar dat de burger met zo min mogelijk verschillende hulpverleners en instanties wordt geconfronteerd.

Voorbeeld: Eén verordening sociaal domein (o.a. Gemeente Waddinxveen): De werkwijze, regels, rechten en plichten zijn in één verordening te vinden en goed op elkaar afgestemd. Het doel hierbij is dat inwoners met vragen en problemen zo min mogelijk geconfronteerd worden met verschillende hulpverleners, organisaties en één persoon als aanspreekpunt hebben binnen de gemeente. Inwoners die dat nodig hebben, kunnen bij de gemeente terecht voor een ‘ondersteuningsplan’. Daarbij is rekening gehouden met diverse wetten op sociaal gebied, zoals de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Jeugdwet en diverse onderwijswetten.

Organiseer en houd regie

Binnen elk netwerk is het belangrijk om één constante factor (hulp-/zorgverlener) te hebben die volledig zicht heeft op de situatie. De gemeente is de partij die deze werkwijze beleidsmatig in gang kan zetten en faciliteert. Deze constante factor moet betrokken zijn gedurende het hele proces, ook als de hulp- of zorgverlening verandert, bijvoorbeeld wanneer mensen verhuizen of wanneer mensen vanuit een instelling weer zelfstandig gaan wonen. Een goede overdracht is essentieel. Hierbij speelt de regiehouder een belangrijke rol. De regiehouder moet daarnaast ook kunnen anticiperen; vroegtijdig partijen benaderen die later nodig zijn. Hij of zij  betrekt elke benodigde partij, houdt hen op de hoogte en deelt essentiële informatie.

Hollandse Hoogte

Voorbeeld: Vanuit meerdere vrouwenopvangorganisaties wordt nazorg geleverd door een ambulant begeleider die, nadat vrouw en kind de opvang hebben verlaten nog contact houdt en nieuwe zorg- en hulpverleners informeert over de huidige stand van zaken.

Voorbeeld: Aanpak Voorkoming Escalatie (AVE), AVE geeft antwoord op de vraag wie de regie heeft in huishoudens waar de problematiek te groot dreigt te worden en waar meerdere professionals betrokken zijn. Het doel is het voorkómen van een dreigend escalerende situatie en het beperken en beëindigen van een escalerende situatie. AVE heeft een opschalingstructuur en bestaat uit vier fasen. In elke fase neemt het regievermogen van de burger af.

Voorbeeld: de website Regiesociaaldomein.nl biedt een overzicht van kennis, competenties, bevoegdheden en randvoorwaarden voor het uitvoeren van een regiefunctie.

Screenshot van de website Regie Sociaal Domein

Deel met een doel

Het delen van informatie is van belang om zorg en ondersteuning te continueren. Gemeenten spelen een belangrijke rol door hier met samenwerkingspartners goede afspraken over te maken. Als een nieuwe hulpverlener aan de slag gaat dan moet deze persoon weten welke hulp al is geboden, hoe dat is verlopen en hoe de situatie nu is. Daarnaast is het belangrijk dat relevante informatie bij elkaar komt om veiligheid in te kunnen schatten. Als daaruit blijkt dat een situatie onveilig is moet informatie door professionals doelmatig worden gedeeld. De Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling geeft daarbij de benodigde stappen. Informatie kan alleen worden gedeeld met een duidelijk doel (continuïteit, onveiligheid opheffen, etc.). Ook is het belangrijk dat er niet teveel informatie wordt gedeeld (alleen dat wat nodig is) en dat er idealiter toestemming wordt gevraagd aan degene waarover de informatie gaat. Bij het vragen van toestemming is het belangrijk om precies aan te geven waarom je de informatie wil delen en om welke informatie het gaat.

Voorbeeld: de PrivacyApp Jeugd is een praktisch hulpmiddel voor kinderen, jongeren, ouders, opvoeders, professionals en bestuurders. In de app staat algemene informatie over privacy in de jeugdhulp en jeugdbescherming. Via een keuzemenu met onderwerpen worden veel vragen beantwoord over het delen van informatie.

Voldoende voorzieningen

Om de zorg en ondersteuning te kunnen bieden waar burgers behoefte aan hebben zijn voldoende voorzieningen nodig. Dit begint bij de inkoop door de gemeente: organiseer het aanbod van voorzieningen strategisch en houdt zicht op behoeften van burgers, zodat je tijdig weet wat je nodig hebt. Maak beleidsafspraken met samenwerkingspartners (bijvoorbeeld andere gemeenten in de regio) over de hoeveelheid en het niveau van de voorzieningen.

Voorbeeld: Het Centraal Plan Bureau heeft een publicatie uitgebracht: 'Naar een effectieve inkoop binnen het sociaal domein'. De conclusie: ‘Als gemeenten kiezen voor een ruim aanbod, biedt dat voordelen voor zowel de gemeente als de cliënten’.

Gemeenten die via veel aanbieders zorg inkopen, prikkelen deze aanbieders om goede kwaliteit te leveren.

De voordelen van het toelaten van meerdere aanbieders in de gemeente gelden alleen als cliënten zicht hebben op de kwaliteit van zorg. Het komt voor dat cliënten minder of niet in staat zijn om een voor hen goede aanbieder uit te kiezen. In zo’n geval kan een strengere selectie door gemeenten cliënten helpen. Er zijn echter ook andere manieren om dat te bereiken. Zo kan iemand bij de keuze voor een zorginstelling ondersteuning krijgen via het eigen netwerk of met behulp van een professionele ondersteuner in dienst van de gemeente.

Voorbeeld: het Nederlands Jeugdinstituut geeft 6 tips voor een innovatief inkoopbeleid voor gemeenten. Daarin staat onder andere: begin met het formuleren van het maatschappelijk resultaat en betrek burgers en bestaande voorzieningen bij de doelen. Deze tips zijn geschreven voor jeugdbeleid maar breder toepasbaar.