Mensen die een periode verward zijn geweest, vinden het vaak moeilijk om weer mee te draaien in de maatschappij en structuur op te bouwen in hun leven. Belangrijk is dan dat mensen goede steun krijgen. Dat de zorg en ondersteuning aansluit op hun situatie, wensen en mogelijkheden. En dat hun naasten erbij worden betrokken.

Hoe ziet het toezicht eruit?

TSD voert in 2018 en 2019 een toezichtproject uit naar herstelgerichte zorg en ondersteuning. Daarbij richten we ons op herstel na verwardheid door ggz-problemen. Verschillende domeinen hebben een rol in die herstelgerichte zorg en ondersteuning. Denk aan de gezondheidszorg, werk en inkomen, maatschappelijke ondersteuning, wonen, justitie en veiligheid en jeugdhulp. We bekijken of het die domeinen lukt om samen passende, samenhangende en resultaatgerichte zorg en ondersteuning te bieden.

We hebben hiervoor ook met cliënten gesproken om van hen te horen wat zijzelf belangrijk vinden en wat zij vinden dat beter kan.

Wat hebben we in 2018 gedaan?

We hebben ons in 2018 eerst gericht op de toeleiding naar dagbesteding. Daar hebben we voor gekozen omdat mensen met ernstige ggz-problemen dagbesteding heel belangrijk vinden. Het geeft ze het gevoel mee te tellen in de maatschappij. We deden een proef in één gemeente. We onderzochten hoe de toeleiding van (voormalig) ggz-cliënten naar dagbesteding in de praktijk verloopt. Wat gaat goed en wat kan beter? Dat deden we in Veldhoven. Daarbij keken we vooral naar de activiteiten van de gemeente en GGz Eindhoven (GGzE).

Manager GGzE de Boei

Vooral de manier van werken met het in beeld brengen van de cliëntreis vond ik erg leuk. Zo leg je niet alleen de nadruk op diagnoses, maar ook op de situatie waarin iemand woont en werkt aan herstel. Dat gaf een ander perspectief. Daar is bij de ggz, zorgverzekeraars en misschien ook bij de inspectie niet eerder veel aandacht voor geweest. Het is goed dat TSD daardoor een gebied in beeld bracht rondom één onderwerp waaraan verschillende hulpverleners werken. In dit geval was dat herstel en participatie. Dat dit vanuit de inspecties gebeurt, geeft ook wel autoriteit.

De manier van werken is leuk waardoor zowel positieve dingen als aanbevelingen duidelijk worden. Wij hebben de wachtlijsten beter in kaart gebracht. Medewerkers wijzen op kortere zorgtrajecten of consultaties. Ook is de zorgwijzer ingevuld. Dat is vanuit de gemeente een manier om de sociale kaart beter in beeld te brengen.

Resultaten uit de pilot ‘Doen wat nodig is’

  • Afhankelijk van de cliënt zijn er meerdere routes om tot een vorm van dagbesteding te komen. De route verloopt anders als een cliënt wel of niet onder behandeling is bij GGzE, wel of geen uitkering krijgt en pas begint of al verder is met herstel. Hoe dan ook krijgt de cliënt te maken met verschillende professionals.
  • De weg naar passende dagbesteding is afhankelijk van de wensen en mogelijkheden van de cliënt. En van het aanbod dat beschikbaar is. Maatwerk is nodig om toeleiding naar passende dagbesteding te organiseren.
  • Soms leggen professionals uit verschillende domeinen de nadruk op verschillende dingen. Bij de een ligt bijvoorbeeld de nadruk op het vinden van betaald werk. De ander richt zich op dagbesteding en de wensen van de cliënt daarover. Overleg tussen hulpverleners is dus belangrijk.
  • De gemeente en GGz Eindhoven hebben toegezegd samen te werken aan de verbeterpunten uit het rapport. Het is goed dat zij dit samen doen. Want voor deze doelgroep is afstemming op gebieden als Wmo-ondersteuning, regie op ingewikkelde problemen en signaleren ervan erg belangrijk.

Wat gaan we doen in 2019?

In 2019 gaan we dit toezichtonderzoek in drie gemeenten uitvoeren. We kijken nu niet alleen naar dagbesteding zoals in de pilot, maar onderzoeken alle leefgebieden naar herstelgerichte zorg en ondersteuning voor mensen met ggz-problemen.