In 2018 en 2019 onderzoekt TSD de hulpverlening voor cliënten die na een melding bij Veilig Thuis zijn verwezen naar het lokale netwerk van een gemeente. Het gaat om gezinnen en huishoudens zonder kinderen. In het onderzoek kijken we niet alleen naar de overdracht van Veilig Thuis aan het lokale netwerk. We onderzoeken ook het waarborgen van directe veiligheid. En of de gezinnen of huishoudens passende hulp krijgen om onveiligheid in de toekomst te voorkomen.

Van elkaar leren

Als samenwerkende inspecties vinden we het belangrijk dat instellingen en instanties van elkaar leren. In het onderzoek zoeken we daarom naar goede voorbeelden om de nadruk te leggen op wat wél werkt. Dit kan dienen als inspiratie voor andere gemeenten.

Werkwijze

We doen onderzoek in zes Veilig Thuis-regio’s. In elke regio kiezen we een grote, middelgrote en kleine gemeente. De meeste Veilig Thuis-regio’s en gemeenten hebben zichzelf aangemeld voor dit onderzoek.

Bij Veilig Thuis worden dossiers geselecteerd. Op basis hiervan onderzoeken we de toegang naar zorg en ondersteuning van de gemeente. Dit zijn bijvoorbeeld de wijkteams, buurtteams, team jeugd of een indicatie- en hulpteam van de gemeente. We spreken met casusregisseurs en hun managers vanuit de gemeente, met cliënten en professionals. In die gesprekken vragen we naar hun ervaringen. We spreken professionals uit bijvoorbeeld gespecialiseerde jeugdhulp, ggz, thuiszorg en psychologenpraktijken. Maar ook uit de schuldhulpverlening, het onderwijs, jeugdgezondheidszorg, politie en crisisopvang.

Als we de bevindingen geanalyseerd hebben, organiseren we een reflectiebijeenkomst met betrokken partijen in het onderzoek. Een reflectiebijeenkomst heeft naast het reflecteren op de bevindingen als doel het versterken van de samenwerking tussen de betrokken partijen.

Supervisor van gebiedsteam bij Porthos Vlissingen

We staan altijd open voor kritisch kijken naar hoe we als ketenpartners beter kunnen samenwerken, zodat er geen gaten vallen. Daar willen we graag in leren. Door de factsheet die Toezicht Sociaal Domein na het onderzoek geschreven heeft, hebben we concreet dingen veranderd. We zitten nu in de fase van het implementeren van de aanbevelingen.

Zo krijgen bijvoorbeeld de veiligheidsdoelen een vaste plek in het ondersteuningsplan. Ook wordt naar aanleiding van de uitgangspunten van 1Gezin 1Plan 1Regisseur een duidelijk onderscheid gemaakt tussen casus- en procesregie. Daarvoor hebben wij gebruik gemaakt van de website van Toezicht Sociaal Domein over regievoeren: regiesociaaldomein.nl. Momenteel wordt gekeken om de regiekaart Zeeuws breed te implementeren.

Het is een waardevolle toevoeging om mee te doen met dit onderzoek, omdat het niet heel groot en vaag blijft. We krijgen concrete stukken terug.

Wat zagen we tot nu toe aan goede voorbeelden?

We zien grote verschillen in vorm en werkwijzen, niet alleen tussen Veilig Thuis-regio’s, maar ook binnen regio’s. De mate waarop een gemeente scoort op de onderzochte indicatoren kan per, maar ook in een regio anders zijn. In iedere gemeente zijn goede voorbeelden te vinden, ondanks de verschillen. In iedere regio komen we professionals tegen die passie hebben voor hun vak, betrokken zijn bij het werk en die zich inzetten om korte lijnen te hebben met elkaar.

We zien dat er gestreefd wordt naar een ketensamenwerking, maar dat dit lastig is om te organiseren. Afspraken en het uitwisselen van verwachtingen tussen Veilig Thuis en het lokale netwerk zijn daarbij noodzakelijk. Dat maakt een warme overdracht, het waarborgen van veiligheid en het inzetten van passende hulp mogelijk.

Belangrijke thema’s die aandacht vragen in iedere regio zijn de wachtlijsten en het delen van informatie onder professionals, wat een voorwaarde is voor ketensamenwerking.

In 2019

In 2018 hebben we drie Veilig Thuis-regio’s onderzocht: Zeeland, Zuid-Limburg en Noord- en Midden-Limburg. In 2019 onderzoeken we nog drie andere regio’s. Daarna brengen we alle goede voorbeelden en werkzame onderdelen samen op onze website.